26-05-2021

5 vragen aan Constantijn van Oranje

5 vragen aan Constantijn van Oranje

Techleap maakt zich sterk voor een krachtig ecoysteem voor Nederlandse startups. Aan het woord special envoy Constantijn van Oranje. We stelden hem 5 vragen over de waarde van Thematische Technologie Transfer.

1. Nederland en de wereld staan voor grote uitdagingen, denk aan gezondheid en klimaat. Welke rol spelen startups en spin-offs in het realiseren van oplossingen en waarom is het juist dit type bedrijven waar we veel van mogen verwachten?

“We zitten in een tijd van grote transities in klimaat, energie, voeding, digitalisering en mobiliteit. Dat stelt ons voor enorme uitdagingen, maar het biedt ook kansen. Technologie speelt hierin een belangrijke rol, evenals nieuwe businessmodellen en veranderende waardeketens. Van bestaande bedrijven kan niet verwacht worden dat ze zichzelf met nieuwe technologie beconcurreren. Startups kunnen daarentegen alleen maar succesvol zijn als ze iets fundamenteel nieuws, beter en/of goedkoper doen. Daarom zijn startups juist in een tijd van grote transities belangrijk. Ze zijn (nog) veel wendbaarder en spelen in op de trends.”

2. Waarvoor hebben we een TTT nodig en wat verwacht je dat het ons gaat brengen?

“Dit zijn eigenlijk twee vragen. Waarom hebben we Tech Transfer nodig en waarom ‘thematische’ TT? Tech Transfer is nog steeds een ondergeschoven kindje als je kijkt naar de Nederlandse universiteiten en startups. Licenties verkopen aan bedrijven is eenvoudiger dan het starten en succesvol groeien en opschalen van een startup. Zeker waar zo’n startup een nieuwe technologie probeert te ontwikkelen en vermarkten. Niet de nieuwste technologie, maar de bedienbare markt is bepalend voor de succeskansen van een startup. Dat ligt mede aan het feit dat het heel lastig is om nieuwe technologie in te voeren in bestaande waardeketens. Ook het laten opnemen in geoptimaliseerde bedrijfsprocessen is een uitdaging. Om geheel nieuwe waardeketens aan te leggen, denk bijvoorbeeld aan Tesla, is heel duur en kost veel tijd.”

Waarom hebben we dan toch TT vanuit spin-offs nodig?

“Vooral om de brug te slaan tussen onderzoek en de markt. Technologie moet zo ver doorontwikkeld worden dat het beschikbaar wordt voor marktpartijen die marktproblemen oplossen. Kortom: het beter aansluiten van aanbod en vraag en het financieren van een ontwikkeling waarvoor nog geen duidelijke applicatie bestaat, of nog geen verdienmodel.

Thematische TT heeft voordelen omdat het binnen een thema makkelijker is partijen aan zowel vraag- als aanbodkant samen te brengen. Mits het thema natuurlijk een sector of een maatschappelijke uitdaging betreft. Denk aan de voedsel- of energietransitie en niet een technologie zoals AI of nano. Binnen een thema is het ook eenvoudiger tot ketenafspraken te komen. Bovendien biedt de samenwerking tussen meerdere universiteiten de nodige voordelen als het gaat om schaal, efficiëntie en concentratie. Een TTT schept een kader voor bundeling van technologische en sector expertise. En verder ook een grotere deal flow, samenkomst van stakeholders, mentoren, investeerders, en een concentratie van middelen en belangen rond een thema. Hierdoor kunnen bottlenecks geïdentificeerd worden en zijn ketenafspraken makkelijker te maken.

Er zijn ook risico’s aan verbonden. Gevestigde belangen zouden nieuwe ideeën buiten kunnen houden. Homogeniteit kan leiden tot ‘clubvorming’ en verkokering, waardoor er minder kans bestaat op kruisbestuiving en interdisciplinaire innovaties. Maar al met al lijken de voordelen groter dan de nadelen. Die nadelen zijn bovendien goed op te lossen.”

3. Kennisinstellingen, overheid en durfinvesteerders bundelen krachten. Hoe zie je de rol van corporates en captital investors in dit ecosysteem?

“In het ecosysteem zijn corporates cruciaal door de rol die zij hebben in de agendering en cofinanciering van onderzoek. In het beste geval kunnen corporates ook dienen als launching customers. Door middel van partnerships kunnen zij het distributienetwerk van de startup direct globaliseren. Een mooi voorbeeld is de Vegetarische Slager en Unilever. Techleap.nl heeft recent een studie gedaan die aantoonde dat corporates echter zelden direct met startups samenwerken in wetenschappelijke onderzoeken. Daardoor worden kansen gemist. Je kunt je voorstellen dat onderzoeksresultaten waarin corporates niet direct geïnteresseerd zijn daardoor onbenut blijven, terwijl een startup ze verder had kunnen ontwikkelen. Juist disruptieve, of markt creërende innovatie, die de gevestigde belangen bedreigt kan hierdoor geblokkeerd worden.

De uitdaging voor corporates is dat zij als gevestigde orde hun business hebben gebouwd op de ‘hokjes’ die startups juist kunnen en moeten doorbreken. Een ambitieuze corporate heeft de visie en durf om voortdurend te vernieuwen en wil daarvoor ook met startups en scale-ups werken, al blijkt dit in praktijk lastig. Verschillen in cultuur, organisatie en processen tussen corporates en startups zijn soms moeilijk te overbruggen en veel corporates innoveren vooral incrementeel (horizon 1) vanuit hun traditionele verdienmodel en strategie.

Overigens zijn er bij toegepaste onderzoeksinstituten of -programma’s diverse voorbeelden van samenwerking waarin corporates en startups elkaar wél makkelijker vinden in projecten. Naast TTT zijn er ook andere goede initiatieven die hierop aansluiten, zoals de Faculty of Impact die dit jaar start. Daarin werken universiteiten samen om PhD-studenten te helpen met het bouwen van een startup op basis van hun promotieonderzoek.

De grote uitdaging van veel technologische innovaties blijft dat het vele jaren kan duren voordat er een aantrekkelijke business case gevonden wordt en dat er geen financiering is voor doorontwikkeling. Wetenschappelijk is Nederland een zwaargewicht, maar de investeringen in deeptech reflecteren dit niet. Veel investeerders willen pas investeren als de grootste onzekerheden verdwenen zijn en het economisch rendement in zicht komt. Daardoor blijft er een gat over in de vroege fase financiering van hightech startups. Hiervoor zijn regionaal al publieke fondsen beschikbaar, maar wij denken dat hier nog wel een slag te maken is. Denk daarbij aan het financieren van gemeenschappelijke laboratoria en onderzoeksinfrastructuur, maar ook aan financieringsinstrumenten als SAFE notes [1], die in de VS al in gebruik zijn. Dat in het TTT ook Innovation Industries en Shift Invest participeren is een krachtig signaal van commitment op landelijke schaal. Ook vanuit het Rijk is het nodig dat er voor deze vroege fase financiering meer middelen beschikbaar komen. Techleap.nl pleit daarbij vooral voor fiscale maatregelen zoals in het Verenigd Koninkrijk en niet voor directe investeringen in aandelen.”

[1] Simple Agreement for Future Equity

4. TTT is een nieuwe, baanbrekende vorm van technologie transfer over de kennisinstellingen heen. Hoe zie je de volgende fase van technologie transfer in Nederland, of zelfs in Europa?

“TTT is een grote stap in de goede richting en sluit aan op de transitie waarin kennisinstellingen zitten. Valorisatie draait steeds meer om het adresseren van maatschappelijke vraagstukken, samenwerking met stakeholders in de regio en experimenten op het raakvlak van wetenschap en toepassing. Daarmee is het TTT ook een voorbeeld en een pilot voor andere samenwerkingsvormen.

In de volgende fase moet dit soort samenwerking veel eenvoudiger en vanzelfsprekender worden omdat de maatschappelijke uitdagingen nieuwe verbindingen vereisen. En ook omdat we als Nederland ook economisch meer impact hebben als we onze krachten beter bundelen. Om dat te bereiken, moeten we als samenleving kritisch durven kijken naar de opdracht, kaders en financiering van onze kennisinstellingen. Zestien jaar geleden is valorisatie als kerntaak van de universiteiten toegevoegd, maar het is lang een ondergeschoven kind geweest. Misschien moeten we constateren dat we kennisinstellingen meer ruimte en handvatten moeten geven om te zorgen dat ze een radicaal grotere bron van innovaties en ondernemers worden, net zoals ze op onderzoeks- en onderwijsgebied al zijn. En we moeten zorgen dat het traject van wetenschappelijke onderzoek tot opschaling in de markt door het ecosysteem beter wordt ondersteund.

Dit alles vraagt een tamelijk fundamenteel maatschappelijk gesprek over visie, ambities en rollen. Dat gesprek wil Techleap.nl graag ondersteunen.

Internationaal gezien draait technologie transfer steeds meer om de ecosystemen en de clusters waarbinnen die Tech transfer plaatsvindt. Daar waar de infrastructuur in alle facetten aanwezig is, dus de onderzoeker, de labs, de vooruitstrevende pilotklanten en de digitale infrastructuur, is de meeste bedrijvigheid. Dat versterkt zich voortdurend. Ook dat gaat langs thema’s, waarbij de dynamiek van de technologie transfer tussen thema’s sterk kan verschillen, denk maar aan de verschillen tussen HealthTech en ClimateTech, beide belangrijke kansen voor Nederland.

Binnen Europa worden de hotspots voor specifieke thema’s dus steeds belangrijker. EU-financiering dwingt Europese samenwerking af. Wat dat betreft is het zowel voor wetenschappers als ondernemers interessant om binnen Europa een regionaal partnercluster te vinden dat net als TTT topwetenschap met ondernemerschap en investeerders verbindt.”

5. Tot slot: wat wil je de samenwerkende partijen binnen de TTT’s meegeven? Waar moet de focus liggen om startups de ideale voedingsbodem te bieden?

“Hoe geniaal de wetenschappelijke vondst ook is, het succes van een startup wordt vooral bepaald door de ondernemers, hun ambitie en het talent dat zij om zich heen weten te verzamelen. Dat vraagt om opleiding, coaching, eerlijke feedback, en om diversiteit in alle facetten. Een effectief TT-systeem plaatst de ondernemer centraal en gaat niet uit van een technologie ‘push’, maar een ‘market pull’. Het is daarbij essentieel dat de wetenschappelijke ondernemer voldoende eigenaarschap heeft over het intellectuele eigendom. De universiteit moet dit proces actief ondersteunen. Nergens ter wereld is TT een grote inkomstenbron voor universiteiten, maar wel een bron van inspiratie, innovatie en impact. Het moet ook als zodanig georganiseerd worden. Het gaat in de eerste plaats om impact. Als je het heel goed doet, valt er ook op lange termijn geld aan te verdienen. Als universiteiten op deze grondslag hun krachten bundelen in een TTT dan zijn er ongelooflijke doorbraken mogelijk.”

Contact

Smart Industry

Nico Nijenhuis

n.nijenhuis@novelt.com

Circular Technology

Maurits Burgering

maurits.burgering@wur.nl

Privacy & Terms

Privacy Statement
Cookie Policy
General terms and conditions

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je aan voor onze TTT nieuwsbrief.