Het Nederlandse valorisatielandschap is in beweging. Niet alleen zijn er nieuwe TTT-programma’s gelanceerd, maar ook zijn er andere initiatieven die ons valorisatielandschap versterken, te denken aan de nationale IP deal term principles, programma’s als Biotech Booster en de start van vakvereniging KEEN-NL. Dat maakt dat er veel is om hoopvol over te zijn, maar er is ook nog werk te doen, menen Margrethe Jonkman (VU) en Sebastiaan Berendse (WUR). We spraken met hen over waar Nederland staat op het gebied van valorisatie.
Dit artikel verscheen eerder in het TTT magazine #10.
Eind 2025 werd het rapport Wennink gepresenteerd en inmiddels zijn er adviezen overgenomen door het kabinet. Waar staan we nu als het gaat om tech transfer?
Margrethe: “Er gebeuren ontzettend veel mooie dingen. Ik word ook altijd erg enthousiast als ik spin-off founders spreek en zie waar ze mee bezig zijn. Tegelijkertijd ligt er nog veel onbenut potentieel als je kijkt naar onderzoek en hoe we daarmee omgaan. Ik denk dan ook dat er meer moet gebeuren dan wat er in het Wennink-rapport staat.”
Wat moet er dan zoal gebeuren?
Margrethe: “Dat zijn een aantal dingen. Allereerst moeten we kijken naar de cultuur binnen universiteiten. De nadruk ligt te veel op onderzoek en publicaties. Een spin-off oprichten wordt nog niet op dezelfde manier gezien als een publicatie in Nature. Dat gaat dus over het erkennen en waarderen van meer met je onderzoek doen. Ten tweede moeten we meer aandacht hebben voor beschikbare support. Het is natuurlijk leuk als onderzoekers een spin-off willen oprichten, maar als er geen financiering voor is of business support, komt het niet van de grond. Daarom ben ik erg blij met initiatieven als de TTT’s, Faculty of Impact en Biotech Booster. En het derde, waar de Nederlandse overheid ook een rol in speelt, is dat we een heldere visie moeten hebben voor venture capital. Dat heb je nou eenmaal nodig wanneer je gaat groeien.”
Sebastiaan: “Het rapport Wennink laat voor mij vooral zien dat het glas halfvol is. De afgelopen twintig jaar hebben we echt een goede slag gemaakt als het gaat om tech transfer. Maar – en dat laat het rapport terecht zien – we bereiken nog onvoldoende. Er wordt veel ontwikkeld aan kennis en potentiële oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Maar die oplossingen toepassen in de praktijk is zo gemakkelijk nog niet. Ik sluit me dus aan bij Margrethe dat we de komende decennia die cultuurverandering door moeten trekken en dat we structurele financiering nodig hebben voor support en proof-of-concept-middelen binnen de muren van de kennisinstellingen. Zo kunnen we die potentie echt ontsluiten.”
Dat is eigenlijk waar de TTT’s een rol spelen, toch?
Sebastiaan: “Absoluut, maar de programma’s zijn nog wel ‘lean and mean’ en vrij klein. Toch, die combinatie van supportcapaciteit, proof-of-concept-middelen en de eerste bedrijfsfinanciering die het TTT-programma biedt is echt succesvol. Dat blijkt ook uit de formele review van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dus meer daarvan, maar wel in combinatie met structurele financiering van die inzet. Want dat is tot op heden nog steeds projectmatig geweest. Dus op de vraag uit het rapport Wennink: ‘Hoe kunnen we de tech transfer nog verder verbeteren in Nederland?’ is een deel van het antwoord dat we moeten inzetten op de TTT’s. Juist doordat het een nationaal programma is kunnen kennisinstellingen sneller kennis combineren tot intellectueel eigendom en teams die die kennis tot een bedrijf uitbouwen. En die bedrijven die uit TTT komen schalen veel sneller en worden steviger gefinancierd dan andere startups, omdat de voorverkenning beter is geweest. Dus je ziet dat het werkt.”
Margrethe: “Eigenlijk mogen we in onze handen knijpen. In Nederland hebben we een aantal programma’s die goed lopen: TTT, Biotech Booster, Faculty of Impact. Ga dus geen nieuwe dingen verzinnen, maar kijk naar wat werkt en schaal dat op.”
Het glas is dus halfvol. Hoe kunnen we het vol krijgen?
Margrethe: “Het inderdaad niet zo dat we nog moeten beginnen. We hebben ook een nationale technologiestrategie. Die sluit goed aan bij wat Europa vraagt. Nederland is namelijk te klein om het alleen te doen, dus moeten we verder kijken. Daarnaast hebben we instrumenten die werken. Dan kun je zeggen dat we alles net iets beter gaan doen, of dat we een nationale organisatie opzetten. Maar dat is gerommel in de marge. Je maakt pas echt de sprong die we nodig hebben als we het opschalen. En omdat het kennisintensief is, bouwen we op die kerntechnologieën ook een stevige IP-positie. Er zijn al zoveel mooie voorbeelden van spin-offs die impact maken. Het kan gewoon in Nederland. Maar we moeten wel mensen de ruimte en de middelen bieden. Dat is superbelangrijk.”
Geen landelijke organisatie dus, maar wel landelijke samenwerking. Hoe wordt dat versterkt, buiten TTT om?
Sebastiaan: “Afgelopen jaar hebben we vakvereniging KEEN-NL opgericht. Niet als landelijke organisatie van waaruit alles geregeld wordt, maar een landelijk dekkend netwerk van professionals die samen willen werken aan de toekomst van tech transfer in Nederland. Samen kijken we wat we nodig hebben om verder te komen en op basis daarvan ontwikkelen we een nationale standaard – zoals we gedaan hebben met de IP deal terms principes. Die samenwerking heeft uiteindelijk geleid tot KEEN-NL. We willen de ervaring uit de praktijk omzetten naar instrumentontwikkeling, om zo bij te dragen aan de landelijke ambities.”
Margrethe: “Samenwerking die nog steeds lokaal geworteld is, is ontzettend krachtig. Overal in het land zitten mensen die specifieke kennis over bepaalde onderwerpen hebben. De ene misschien meer vanuit een medtech-hoek, de ander vanuit AI-ervaring. Als je dat bij elkaar brengt, kun je kijken wat gemeenschappelijk wel of niet werkt. Soms is het afhankelijk van het type organisatie, soms van het type discipline. Maar die verschillen moeten je nooit weerhouden om te kijken hoe je het efficiënter met elkaar kunt aanpakken. Ook niet als de eerste uitkomst maar voor 80% goed is, want dan wordt het de volgende keer wel 90%, of 100%. Je moet ergens beginnen, samen met mensen met vakkennis. En dat is precies wat KEEN-NL doet.”
Er gaat dus veel goed. Kunnen we dan ook internationaal meekomen?
Sebastiaan: “Op een aantal vlakken zijn we zelfs het inspirerende voorbeeld voor andere landen. Zo hebben een aantal landen naar aanleiding van onze IP deal term principes eigen nationale afspraken gemaakt. Maar ook de TTT-programma’s wekken interesse. De combinatie van de twee pijlers laat veel landen zien hoe logisch het is om het op die manier aan te pakken. Ook omdat het succes van TTT voor zich spreekt: de TTT bedrijven zijn namelijk zeer succesvol in het aanvragen van de European Innovation Council (EIC) startupfinanciering. Gelukkig voor ons wordt die financiering de komende jaren verdrievoudigd. Dus als we het goed spelen, veel schaalbare bedrijven voortbrengen en tempo maken, dan kunnen we die budgetten ook naar Nederland halen.”
Margrethe: “De EIC zet vol in op innovatie wat gunstig is voor ons. Voor veel van onze kennisintensieve spin-offs is de Nederlandse markt sowieso te klein en is de schaal minimaal Europees. Vervolgens zijn er nog wel slagen te maken in de vervolgfinanciering en wet- en regelgeving op Europees niveau. Startups moeten nu nog door te veel hoepels springen waardoor ze eerder geneigd zijn om in de VS te lanceren. Zonde natuurlijk. We moeten in Europa meer samen aan de slag zodat we sneller slagen kunnen maken.”
Dat lijken me nog best wat uitdagingen.
Margrethe: “Inderdaad, maar over de gehele breedte ben ik optimistisch. We hebben echt iets moois opgebouwd in Nederland waarvan je ziet dat het werkt. Ik hoop dat onderzoekers dat ook zien en er volop gebruik van maken en zich niet tegen laten houden door twijfels of ze het kunnen. Laat anderen meedenken. We hebben zo’n mooi netwerk dat er altijd een goede co-founder of business coach te vinden is. Bovendien is een spin-off oprichten niet de enige manier om impact te maken met onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan social enterprises, het veranderen van werkwijzen in organisaties, vernieuwend beleid maken, samenwerken met een corporate…”
Sebastiaan: “Inderdaad, daar zit ook veel potentie. Een nationaal programma als TTT maar dan voor social venturing zou een hele mooie toevoeging zijn aan ons valorisatielandschap. Ik zie veel kansen om mee aan de slag te gaan. Laten we dat dus vooral samen gaan doen!”
Margrethe Jonkman

Margrethe Jonkman is voorzitter College van Bestuur Vrije Universiteit Amsterdam. Binnen Universiteiten van Nederland (UNL) is zij een van de kartrekkers op het gebied van valorisatie en maatschappelijke impact en speelt zij ook zichtbare rol in het versterken van de doorwerking van wetenschap buiten de academie. Ze heeft een sterke passie om wetenschap te vertalen naar maatschappelijke waarde en zet zich in om de volledige potentie van universiteiten te benutten. Voor haar stap naar de universiteit werkte ze 26 jaar in het bedrijfsleven.
Sebastiaan Berendse

Sebastiaan Berendse is directeur waardecreatie en impact bij Wageningen University & Research. Sinds eind 2025 is hij ook voorzitter van vakvereniging KEEN-NL, het Knowledge Exchange & Entrepreneurship Network – Netherlands, dat zich richt op het professionaliseren van kennisoverdracht en ondernemerschap. Vanuit dat samenwerkingsverband tussen alle Nederlandse kennisinstellingen en onderzoeksinstituten heeft hij bijgedragen aan het opzetten van de nieuwe TTT-programma’s en de nationale IP deal term principles.